Hoofdpagina

Uit Brandblusserwiki

Ga naar: navigatie, zoeken

Een brandblusser is een apparaat om het vuur van een kleine Brand (vuur)|brand te doven. Het bestaat uit een cilinder waarin een beperkte hoeveelheid blusmiddel onder druk staat. Er zijn ook blussers waarin zich een drukpatroon bevindt, die eerst geactiveerd (ingeslagen) moet worden via een rode inslagknop boven op de blusser. Door een opening kan het blusmiddel op het vuur gespoten worden. Hieronder staan de voorwaarden die voor brandblussers gelden in Nederland, inclusief de wetgeving en de normen die voor brandblussers gesteld zijn.

Een brandblusser is geschikt voor een of meerdere brandklassen. Een brandblusser bestaat ruwweg uit drukvat, blusstof en drijfgas. Als er geen drijfgas in het drukvat aanwezig zou zijn, dan kan ook de blusstof niet uit de blusser komen. Sommige blussers hebben daarom een drukmeter (manometer) boven op de blusser zitten. Hierin is te zien of de druk van het drijfgas nog voldoende is om de blusser te activeren.

Inhoud

Druk

Men kan daarom een brandblusser ruwweg indelen in twee soorten:

  • Blussers die onder permanente druk staan
  • Blussers die niet onder druk staan (moet door gebruiker onder druk worden gezet met een inslagknop bijvoorbeeld).

Blussers met een drukpatroon kunnen onderverdeeld worden in:

  • Blussers met een inwendig drukpatroon
  • Blussers met een uitwendig drukpatroon (hier is het drukpatroon buiten het vat aangebracht)


Blusstof

Het blusmiddel kan vloeibaar zijn, maar ook (bijv. in poedervorm) in gasvorm zijn. Veelgebruikte blusmiddelen zijn:

  • Water
  • Poeder
  • Schuim
  • Koolstofdioxide
  • Halonen
  • aerosol blussers Aerosol blussystemen blussen met een droge aerosol. Deze gaat een chemische en fysische reactie aan met de reactive moleculen die ontstaan door brand. Brand wil het liefst zo snel mogelijk naar een stabiele toestand. Daarbij wordt normaal gesproken CO2 en H2O gevormd. Met een aerosol op basis van kalium ontstaat de zeer stabiele stof kaliumhydroxide. Deze is volstrekt ongevaarlijk voor mens en milieu. Door te blussen met een aerosol dooft een beginnende brand binnen seconden en wordt vervolgschade voorkomen. af-x fireblocker is een voorbeeld van zo'n aerosol blusmiddel.

Andere soorten

  • Soms ook wordt zand als blusmiddel gebruikt. In dit geval worden speciale zandbakken geplaatst alwaar men met een schep een brandje kan blussen. Droog zand wordt gebruikt als er stoffen branden die niet met water kunnen worden geblust, zoals benzinebranden of brandende alkalimetaal|alkalimetalen zoals natrium en kalium.

De nieuwe blusstof in de klasse F, de zogenaamde vetblusser wordt in Nederland chemisch schuim genoemd (vroeger werd schuim in een schuimblusser met een chemische reactie uit de blusser gedreven.) De waterachtige oplossing, met een behoorlijke soortelijke massa van 1.25, bestaat uit kaliumacetaat en kaliumcitraat. Het spul is geelachtig van kleur en niet giftig. De blusser zelf is voorzien van een slang met een metalen bluslans om op een veilige manier dicht bij de pan met het brandende frituurvet te kunnen komen. Vanwege het agressieve karakter van de oplossing is de blusser van roestvast staal. Tijdens het gebruik moet rekening worden gehouden met veel stoomontwikkeling en er kan een azijnachtige geur vrijkomen.

Gebruik

  • De brandblusser kan zowel in huizen, bedrijven, kantoren, auto's en boten aanwezig zijn. In bedrijven en kantoren is daarnaast ook vaak een brandslang aanwezig. Brandslanghaspels dienen een slanglengte te hebben tussen 20 en 30 meter te hebben met een diameter van 19, 25 of 33mm. De uitgebreide eisen voor brandslanghaspels staan verwoord in de EN|Europese Norm EN 671-1. Slanghaspels kunnen alleen klasse A branden blussen en dienen niet aanwezig te zijn in panden waar de nevenschade (parket, houten wanden e.d.) groot is. In huizen is soms een blusdeken aanwezig. Vroeger stond in veel huizen een emmer zand klaar, waarmee een beginnende brand bedekt kon worden.
  • De brandblusser kan niet gebruikt worden om de hete gassen af te koelen die zich bij een brand bovenin de ruimte bevinden. Daarvoor is voornamelijk water geschikt. De brandblusser is enkel bedoeld om het brandende materiaal af te sluiten waardoor er geen zuurstof meer bij kan, en het vuur zal doven. Een veel gemaakte fout is dat iemand het blusmiddel op de vlammen richt, terwijl de bron van de vlammen (het materiaal dat in brand staat) bedekt moet worden. Dit geldt niet voor de poederblusser die werkt namelijk op basis van een negatieve katalyse en die blust hoofdzakelijk door het afvangen van vrije radicalen die de brand in stand houden. Deze werking is ruimtelijk dus hierbij wel in de vlammen richten.
  • Poederblussers worden veelvuldig gebruikt. Omdat zij droog poeder bevatten is er geen kans dat de metalen cilinder gaat roest (metaal)|roesten, en het poeder is vrij goedkoop. Bij oude poederblussers kan het gebeuren dat het poeder gaat klonteren en niet meer geschikt is om een brand mee te blussen. Dit kan ook gebeuren bij brandblussers die aan trillingen blootstaan, hierbij treed het inklink effect op. Het een keer per maand omkeren van de blusser gedurende 30 seconden kan dit verhelpen. Een nadeel van een poederblusser is dat het poeder na gebruik van de blusser zeer moeilijk op te ruimen is. Zoals gezegd moet het poeder na gebruik van een poederblusser met een industriële stofzuiger worden verwijderd. Bij de veelgebruikte kleine poederblussertjes in auto's geldt als bijkomend nadeel dat de blustijd hooguit een paar seconden is. Bluspoeder is een zout die de kleine koperbanen van een elektroprint kan laten oxideren waardoor er storingen in de geleiding kunnen ontstaan, hierdoor is het mogelijk dat er maanden na de blussing pas storingen optreden. Het poeder trekt namelijk langzaam maar zeker vocht aan, hierdoor kan het zout zijn schade veroorzaken.
  • In België zijn poederblussers verplicht in de auto. Deze eis geldt overigens niet voor buitenlandse auto's.
  • Koolzuursneeuwblussers, ook wel CO2-blussers genoemd, zijn geschikt voor het blussen van vloeistofbranden en branden in onder spanning staande apparatuur. Het blussen gebeurt doordat de CO2 de zuurstof verdringt en door afkoeling. Bij het expanderen van de vloeibare CO2 in gasvorm wordt het grote zwarte mondstuk van de blusser erg koud (-80 C°) en daarom moet de brandblusser altijd aan het handvat worden vastgehouden. Een voordeel van een koolzuursneeuwblusser is dat de blusstof (CO2) bij gebruik geen reststoffen achterlaat, en daarom worden koolzuursneeuwblussers onder meer toegepast bij hoogwaardige elektronische apparatuur. Het nadeel van CO2-blussers ligt vooral in besloten kleine ruimten. Zuurstof wordt door de kooldioxide blusser verdreven en de kleine ruimten vullen zich dan met CO2 waardoor degene die de blussing uitvoert kan stikken. Bij een blussing in kleine ruimten (wc’s en kleine bergingen) dient men hier wel rekening mee te houden.


Brandklassen

Varianten
Handelingen